marijn dane

Boosheid uiten

Boosheid opkroppen kan vervelende gevolgen hebben. Je kunt hoofdpijn krijgen, neerslachtig worden, chagrijnig doen tegen de verkeerde persoon, lichtgeraakt zijn, moe zijn, het contact met degene waarop je boos bent vermijden of ineens erg boos worden als die ene druppel de emmer doet overlopen. Om dit soort negatieve gevolgen te voorkomen is het de moeite waard je boosheid tijdig te uiten. Dat lucht op, je bent het kwijt en anderen weten waar ze aan toe zijn. Vaak zul je merken dat je daarna des te beter in staat bent om normaal en redelijk met de ander om te gaan.

Bij het uiten van boosheid luister je eerst naar je lichaam: ben je inderdaad boos? Vervolgens laat je horen en zien dat je boos bent.

  • Bedenk dat je boosheid waarschijnlijk eerder over zal gaan als je deze uit, in plaats van deze voor jezelf te houden.
  • Zorg dat je boosheid niet alleen uit je woorden blijkt, maar ook uit je stem, gezichtsuitdrukking, gebaren en lichaamshouding.

 

Nadat je je boosheid hebt geuit kun je het initiatief nemen om hierover te praten en eventuele schade op te vangen. Let daarbij op het volgende:

  1. Herhaal nog eens rustig wat je dwars zit;
  2. Beschrijf hoe je je voelt;
  3. Vraag de ander om een reactie;
  4. Spoor samen de aanleiding op;
  5. En ga na welke veranderingen mogelijk of juist onmogelijk zijn.

 

  • Als de eerste druk van de ketel is, is het belangrijk om nog eens rustig aan te geven wat je zo boos maakt. Bij de eerste uitbarsting zeg je de dingen vaak veel scherper en sterker dan je eigenlijk bedoelt. Als je wat rustiger bent geworden, kun je beter uitleggen waar het je om gaat en gaan de scherpe kantjes er vanaf. Hierdoor is er een beter gesprek mogelijk.
  • Door boosheid te uiten komen er vaak dingen boven tafel die tot dan toe onduidelijk waren. Hoe pijnlijk dit soms ook is, het kan ruimte scheppen waarmee je in een werk- of privérelatie schoon schip kunt maken. Je doet jezelf tekort als je hier geen gebruik van maakt.
  • Als je vertelt hoe je je voelt nadat je je boosheid hebt geuit, weet de ander dat je boosheid niet eeuwig duurt en welke andere gevoelens een rol spelen.
  • Ook de ander heeft recht op een weerwoord. Door naar een reactie te vragen geef je de ander de ruimte om zich te uiten.
  • Je zult merken dat anderen lang niet altijd gekwetst op jouw boosheid reageren. Veel mensen schrikken wel even als je boos wordt, maar ze zullen achteraf blij zijn om te weten wat er aan de hand is.
  • Als duidelijk is geworden hoe het nu verder gaat, rond je het gesprek af. Dit kan variëren van “zand erover” tot “we praten er een volgende keer over”.

 

Reageren op boosheid

Als anderen boos worden dan roept dat soms heftige reacties op. Je voelt je vernederd, je wordt bang, je kruipt in je schulp of je reageert juist agressief. Je voelt je afgewezen of je wordt overspoeld door emoties en bent verdrietig, verongelijkt of gekwetst. De boosheid wordt ervaren als een persoonlijke afwijzing en vormt een bedreiging voor je gevoel van eigenwaarde. De volgende aandachtspunten kunnen helpen om gemakkelijker te reageren als iemand boos op je wordt:

  1. Negeer de boosheid van de ander niet;
  2. Bewaar je gevoel van eigenwaarde;
  3. Uit je eigen gevoel;
  4. Vraag om verheldering;
  5. Geef je mening;
  6. En vraag de ander om een reactie.

 

  • Accepteer dat mensen boos op je kunnen worden. Ook al ben je het er niet mee eens, je kunt dit gevoel niet bij ze wegnemen. Iedereen heeft het recht om boos te worden.
  • Realiseer je dat mensen in hun boosheid dingen vaak scherper en sterker zeggen dan ze in werkelijkheid bedoelen. Pin jezelf niet vast op de precieze woorden die iemand gebruikt als hij boos is. Probeer erachter te komen wat de ander bedoelt te zeggen.
  • Je kunt de boosheid van een ander natuurlijk negeren, maar vaak voelt de ander zich dan niet serieus genomen. Hierdoor kan hij nog agressiever worden en net zolang doorgaan tot je wel reageert. Het is daarom vaak beter om wel te reageren.
  • Bedenk dat boosheid meestal tijdelijk is. Als je de ander de ruimte geeft om zich te kunnen uiten, is de kans groot dat de boosheid sneller verdwijnt en er weer gewoon te praten valt. Loop dus niet weg.
  • Laat je niet de grond in boren. Je hebt het recht dingen anders te doen dan anderen het liefst zouden willen.
  • Als je vindt dat de ander doordraaft en je probeert af te kraken, dan kun je proberen dit een halt toe te roepen door bijvoorbeeld te roepen: “En nu is het genoeg, ik hoor wel dat je boos bent.” Helpt dit niet, dan is laten uitrazen misschien wel het beste.
  • Het is lang niet altijd duidelijk wat de ander boos maakt. Vraag daarom de ander zo helder mogelijk onder woorden te brengen welk gedrag van jou hem of haar zo boos maakt.
  • Vaak is het verhelderend de ander te vragen wat hij of zij graag van je wil.
  • Als je begrijpt wat de ander zo boos maakt, laat dit dan merken. Ben je het ermee eens, dan kun je je excuses aanbieden. Als je het er niet mee eens bent, laat dit dan ook duidelijk merken. Laat je niet verleiden tot een schuldbekentenis waar je niet achter staat.
  • Blijft het je dwars zitten dat iemand boos op je geworden is, of ben je nog niet tevreden over je eigen reactie? Kom hier dan later nog eens op terug.